De avonturen van de dranksmokkelschoener

/The adventures of the bootlegging schooner 

"Delfzijl"/"Przemyśl"



The adventures of the bootlegging schooner ,,Delfzijl"

De ,,Delfzijl” / ,,Przemyśl”

 

Mijn vader is een van de zonen van de scheepsbouwer Fredericus, Gerhardus, Wortelboer geb. 22 - 7 - 1875 / † 4 – 3 – 1945. Enkele malen  hoorde ik verhalen van mijn moeder over een schoener die op de werf van mijn opa in Delfzijl gebouwd is. De enkele nabestaanden die mij alles over deze schoener zouden kunnen vertellen wisten er slechts weinig meer van. Omdat ik het verhaal wel interessant vond voor ons nageslacht, en voor de geschiedenis van de Groninger scheepsbouw, ben ik in maart 2006 gestart met het zoeken in de archieven naar de waarheid achter dit zeer bijzondere verhaal dat mij al lange tijd bezighoud. 

 

 

Mijn opa is direct na de eerste wereldoorlog (1914 – 1918) voor eigen rekening begonnen aan de bouw van een schoener om zijn personeel ± 150 man in de moeilijke periode na de oorlog aan het werk te houden, want er waren in die tijd nog geen sociale voorzieningen. Hij had het volste vertrouwen dat hij deze schoener zonder veel moeite wel weer zou kunnen verkopen.

 

 

 

                               De scheepswerven in Westerbroek en Delfzijl        

 

 

Na enige tijd kwam er een jonge Amerikaan kijken op de werf, deze Amerikaan toonde veel belangstelling voor deze schoener, maar verlangde wel vele aanpassingen. Deze Amerikaan was niemand minder dan de toen al zeer beruchte Amerikaanse gangster Al Capone ( volgens mijn onderzoeken geboren in 1899 te Brooklyn-New York op 17 januari, en niet in Napels en in 1895, zoals in vele geschiedenisboeken en encyclopedieën staat vermeld, zijn ouders kwamen uit Castellmare di Stabia ten zuiden van Napels,  en zijn in 1894 geëmigreerd naar Amerika).          

                                          

 

Dat Al geen lieverdje is geweest bewees hij al op 14 jarige leeftijd. Hij werd van school getrapt nadat hij een leraar had teruggeslagen nadat hij eerst zelf een pak slaag had gekregen. Hij is hierna nooit weer naar een school teruggekeerd. Als kind was hij zeer intelligent en sportief en eerder een niet opvallende en terug- houdende jongen. Hij vertoonde echter wel vaak een afwijkende zelfbeheersing. Bekenden stonden dan ook versteld van zijn verdere loopbaan. Al`s criminele loopbaan begon vroeg; als tiener zat hij bij twee bendes, the Brooklyn Rippers en the Forty Thieves Juniors. Na bij kleine bendes gezeten te hebben begon Al bij de beruchte Five Points Gang geleid door Paul Kelly. In die tijd begon hij te werken als barman en uitsmijter bij Frankie Yale`s zaak Harvard Inn. Daar heeft Al zijn littekens aan over gehouden, nadat hij door Frank Gallucio met een mes was aangevallen. Gallucio deed dit omdat Capone aan het flirten was met zijn zus. Die littekens gaven hem de bijnaam ,,Scarface”. Maar hij had liever de bijnaam ,,Snorky” gehad wat goed gekleed betekende in de jaren 20.                             

                Al   Capone                           

 

 In 1920 begon in Amerika de prohibition  (een algeheel verbod op alcohol houdende dranken). Er werden in die tijd dus enorme kapitalen verdiend aan de illegale handel, import en stokerij van bier, likeur en andere alcoholhoudende dranken. Al Capone was dus op zoek naar een schip om onopgemerkt het vaste land van Amerika te kunnen bereiken. Op zijn zoektochten kwam hij in 1918 tijdens een danspartijtje in contact met een Iers meisje Mary Coughlin, zijn latere vrouw Mea. Zij trouwden op 30 december (na de  geboorte van hun zoon Albert ,,Sonny”, Francis).  

 Al Capone`s vrouw Mea      

 

 U begrijpt  dat Al Capone aan het schip dat hij wilde gebruiken voor zijn smokkel praktijken  zeer hoge eisen stelde. Het moest geruisloos de kust kunnen bereiken, snel zijn, en voldoende vracht kunnen vervoeren. De schoener die mijn opa bouwde was dus zeer geschikt voor dit doel. De schoener stond  bekend  als een zeer  snel schip,  de schoener die mijn  opa bouwde was een  driemaster.  Al  Capone wilde  al  zeilend  onopgemerkt  de kust van  Amerika  kunnen bereiken. Hij wilde echter, voor noodgevallen, ook een motor ingebouwd hebben. De ,,Delfzijl” was 43,55 mtr. lang, 8,03 mtr. breed en 3,83/3,98 meter diep, hij woog 446 brt.  Het bezat 3 waterdichte ruimen. Het schip voldeed aan de hoogste GL klasse voor de grote vaart. De zeilvoering bestond uit 3 masten van gelijke hoogte met 3 gaffelzeilen en 3 gaffeltopzeilen en 4 voorzeilen. Al Capone kwam zelf regelmatig langs om te kijken hoe  ver de bouw gevorderd was en om te zien of de aanpassingen naar zijn zin waren. Een enkele keer werd hij hierbij vergezeld door verschillende vrouwen. (Waarschijnlijk ook wel eens zijn vrouw Mea).

Na enkele proefvaarten vertrok de ,,Delfzijl” volgens de nabestaanden van mijn opa eind 1919 voor zijn eerste grote reis naar Amerika, net voor de prohibition in Amerika. Met een flinke lading biervaten, (er werd hier in Nederland veel bier gedronken,  omdat het in die tijd veel veiliger was om bier te drinken dan het vuile water). 

 

 

 

                       Een  driemastschoener zoals de ,,Delfzijl”                            Twee  weken voor de officiële  geplande  startdatum van de prohibition op 16 januari 1920  arriveerde de ,,Delfzijl”  voor de kust van Amerika. Dit eerste transport van bier per schip  in de historie van de prohibition werd echter gekaapt door Dion O`Bannion. (Ik durf met grote zekerheid te stellen dat dit schip de in Nederland gebouwde schoener  ,,Delfzijl” is. Al Capone had immers net de schoener geleverd gekregen die hij, naar eigen zeggen, speciaal voor het smokkelen van drank bij mijn opa  had laten bouwen   met de nodige aanpassingen en het was  bij mijn familie bekend dat de ,,Delfzijl” tijdens deze reis de kust van Amerika niet heeft bereikt. In de geschiedenis boeken wordt de beroving van Al Capone`s schip vermeld, een schriftelijk bewijs hiervan heb ik echter tot mijn spijt nergens kunnen vinden maar de gegevens zijn door Al Capone zelf verteld tijdens de vele latere aanpassingen van het schip voor de smokkel). Sinds deze roof was Al Capone vast van plan wraak te nemen en Dion te vermoorden. Dion  O`Bannion werd in 1917 de chief van de North Side gang, en werd op 10 november  1924 in zijn bloemenzaak  vermoord in opdracht van Torrio, nadat hij deze keer likeur had geroofd van Torrio en Al Capone.

           De bier roof, door O`Bannion, in  `t begin van januari 1920                 Earl Hymie Weiss werd de nieuwe leider van de North Side gang. Torrio werd in 1924 met een kogelregen neergeschoten als wraak op de moord van O`Bannion. Torrio weigerde zijn aanvallers te verraden aan de politie en herstelde erg langzaam. Hij had geen zin meer om verder te gaan met zijn werk en droeg de leiding van de bende over aan Al Capone. Al Capone zorgde voor een 24 uurs bewaking van Torrio en besloot de Northsiders te zullen vermoorden. Torrio besloot met zijn vrouw en moeder te vertrekken naar het veilige Italië.

 

 

In 1930 opende Al Capone een gaarkeuken voor gratis soep voor de mensen die werkloos waren geworden vanwege de heersende depressie. Gedurende de laatste twee maanden van het jaar, serveerde de keuken drie gratis maaltijden per dag. Deze soep gaarkeuken was zorgvuldig ingepland door Al Capone om zijn image tegenover de werklui op te vijzelen, en over te komen als een weldadige en machtige  tycoon. Door het  helpen van de armen  en  vertrapten  werd  hij gezien als een romantische Robin Hood figuur.

 

                  De gaarkeuken voor gratis soep van Al..                                                Dat de illegale handel en smokkel veel geld opbracht zult U wel begrijpen, Al Capone verdiende zijn vermogen in de prostitutie het illegaal stoken en smokkelen van drank, gokken. In 1927 werd het inkomen van Al Capone geschat op $ 105.000.000. Het gemiddelde inkomen van een Amerikaan was in die tijd $ 2.400.

 

Al Capone werd wegens belasting ontduiking gevangen gezet in de gevangenis van Atlanta Georgia op 4 mei 1932 voor een gevangenisstraf van 11 jaar. Vanuit deze gevangenis had hij echter nog steeds de leiding over de bende. In augustus 1934 werd Al Capone daarom overgeplaatst naar de veel strengere gevangenis Alcatraz, hier kon hij geen leiding meer geven aan zijn bende en niets meer regelen. Hij verliet de gevangenis als een zieke en gebroken man met het geestelijke vermogen van een kind. Vermoedelijk is hij in 1928 door een van zijn prostituees besmet met syfilis, tijdens zijn gevangenschap werd zijn gezondheid steeds slechter. Na zijn gevangenschap kon een behandeling de symptomen wat verminderen. Hij is op 25 januari in 1947 gestorven aan een longontsteking, die het gevolg was van de verwaarloosde syfilis en van zijn lichamelijke aftakeling gedurende zijn gevangenschap.

 

In 1927 kwam de ,,Delfzijl” onder de Duitse vlag toen het schip voor Josef Lasalle onder de naam ,,Przemyśl” in Hamburg werd geregistreerd. Het schip zou $ 25.000  hebben gekost die echter niet uit de zak van de reder werd betaald, maar door een Amerikaan genaamd Strallo die ook de aankoop geregeld had. De driemast schoener werd ,,Przemyśl” genoemd. (Naar de koning Przemyśl, Ottokar van Bohemen 1197 – 1230, geboren ± 1155 en overleden 15 december 1230. Of naar het plaatsje Przemyśl in Polen.) In augustus van het zelfde jaar werd in Emden door de Appingedammer Bronsmotorenfabriek N.V. een nieuwe viercilinder viertakt motor van 120 PK ingebouwd. Door bemiddeling van de Amerikaan had een Canadese firma (The Southern Freighters Ltd. Uit Vancouver) de motorschoener gehuurd en gelijk in Hamburg tot aan de dekluiken volgeladen met alcohol houdende dranken. Daarmee zou het schip officieel via Colon door het Panamakanaal naar Vancouver zeilen. Zoals men de scheepsleiding vertrouwelijk meedeelde was men echter niet van plan de scheepslading in Canada af te leveren. Het plan was echter de lading voor de Californische kust, buiten de vier mijlszone, over te laden in Amerikaanse smokkelschepen. (De bemanning was hier echter fel tegen, daardoor ontstond er een flinke knokpartij aan boord). Vanwege de enorme te maken winsten die het smokkelen zouden opleveren wegens de prohibition in de USA had de Amerikaanse regering echter een beloning van 25% van de totale waarde van de lading uitgeloofd voor degene die succesvol een smokkel kon verhinderen of laten ontdekken. Kapitein Thode en zijn 1e stuurman Petersen dachten deze premie te kunnen incasseren als zij het schip in de verenigde Staten aan de douane beambten zouden uitleveren. Bij een totale waarde van de lading van $ 240.000  zou ieder ongeveer $ 30.000 incasseren. Het plan was door hen in Hamburg reeds met de Amerikaanse consul besproken. Op 12 oktober 1927 bereikte het schip na een reis van 45 dagen het bij de USA behorende  deel van het kanaal. Het werd daar reeds door de Amerikaanse douane beambten opgewacht en dezen gaven de bemanning het bevel de schoener naar New Orleans te laten varen alwaar de overgave van het schip en de lading zou plaats vinden.

 

                       

 

 De ,,Przemyśl” wordt  opgewacht door de Amerikaanse douane

 

Beide werden bij de aankomst echter in beslag genomen maar op 30 december op aandringen van de Duitse Consuls weer vrijgegeven door het gerecht. Het schip had tegen de wil van de Reder en de overige bemanning zijn reis naar Vancouver onderbroken. De kapitein en de eerste stuurman werden echter gevangen gezet in een interneringskamp en aansluitend uitgeleverd aan Duitsland. De grote droom van het snel geld verdienen was afgelopen in plaats daarvan stond hen een duistere toekomst te wachten. De uitspraak van het Hamburger zee ambt op 28 april 1928 viel duidelijk zwaar uit. ,, Hier licht een geval voor dat nog nooit eerder is gebeurd en hopelijk ook nooit weer gebeuren zal. De kapitein en zijn 1e officier hebben zonder daartoe gedwongen te zijn een Duits schip aan een vreemde natie uitgeleverd. Zij hebben tevens een smokkelreis van alcoholhoudende dranken ondernomen, wat zo wie zo te veroordelen is.(….) De handelswijze van deze beide mannen legt zo`n zware smet op de Duitse kapitein en zijn officieren, dat hen zowel het kapiteins als het stuurmans bewijs voor altijd is afgenomen". De ,,Przemyśl” kon met een nieuwe bemanning en scheepsleiding de reis naar Vancouver voortzetten.

In januari 1930 werd de  ,,Przemyśl” verkocht aan J.W. Worker te Los Angeles en omgedoopt in ,,Georgene”. In het zelfde jaar werd een nieuwe motor door Standard Gas Eng. Co ingebouwd.

Vanaf 1932 behoorde het schip aan Eastern Boston Tankers Co. In Boston en daarmee was het schip teruggekeerd naar de Atlantische kust.

In 1942 verwisselde de driemaster nog een keer van vlag toen hij door The D’Auteuil Lumber Co. Ltd. In Quebec/Canada gekocht werd en de naam ,, D’AUTEUIL 1” kreeg.

In 1944 kreeg het schip nog een keer een nieuwe motor, een zes cilinder dieselmotor van Atlas Imperial Diesel engine Co. , Oakland /Cal.

In 1946 werd het schip verkocht aan de Kent Line Ltd. In St. Johns, New Brunswick, en twee jaar daarna naar de Brunsswick  Motors Co. Ltd. aldaar. Aan het einde van het 3e kwartaal van 1950 eindigde de bonte levensloop van dit vaartuig. 

In de Amerikaanse archieven vond ik bij toeval dat in 1953 in dichte mist de Georgine M. bij Point Arena in 60 feet diep water was gezonken. Ik betwijvel  echter sterk of dit de schoener is die ik hier heb beschreven omdat de naam in 1942 al werd veranderd in  D’AUTEUIL 1.

Na 1945 is niets meer in de Amerikaanse archieven te vinden.

 

U zult waarschijnlijk wel begrijpen dat er nergens ter wereld wat te vinden is over de bezittingen van Al Capone, alles werd zeer angstvallig geheim gehouden. Alleen over zijn woningen in Chicago en Florida is genoeg bekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Tijdens het zoeken in de archieven

 

 Dit ben ik op zoek naar gegevens, bij de Groninger archieven. Ik moest alle kranten van 1950 tot 1960 doorzoeken naar een interview over de ,,Delfzijl”/ ,,Przemyśl”, gehouden met mijn oma. De tijd van het interview was niet meer bekend bij de nabestaanden. Dit was het meeste werk van de hele zoektocht. Ik wilde graag de bewijzen zwart op wit, ondanks dat de data van de gebeurtenissen voor mij een bijna sluitend bewijs waren. De aankoopdatum van het schip, de reden van aankoop was verteld door Al Capone zelf, hij had de schoener gekocht en kwam vaak zelf kijken op de werf, de datum van de eerste afvaart, het bekend zijn bij mijn familie dat de schoener op deze eerste grote reis niet in Amerika is aangekomen etc.. Het gegeven dat dit de eerste aanvoer van bier per schip was in de geschiedenis van de prohibition. En de geschiedenis van de kaping van dit eerste biertransport van Al Capone door Dion O`Bannion is algemeen bekend.

 

In het boek ,, Deutsche Schoner” band VI  van H. Karting wordt de  ,,Przemyśl” behandeld.

Ook in  het blad ,,SOS , schicksale Deutscher Schiffe” no 62 uit 1955 zijn 30 bladzijden aan de ,,Przemyśl” besteed. [Ik heb nu dus eindelijk een schriftelijk bewijs gevonden van de verhalen van mijn moeder, en heb het blad met veel moeite via een antiekzaak in Berlijn weten te bemachtigen.]

  

 

Ik ben fanatiek met dit onderzoek begonnen na het overlijden van mijn vrouw om wat te doen te hebben als afleiding. Na enkele dagen in het archief te hebben vertoeft, kwam ik er al snel achter dat er bijna geen directe gegevens van de werf van mijn opa meer aanwezig waren en dat het zoeken naar bewijzen wel eens heel moeilijk kon worden. Van de andere scheepswerven was wel veel aanwezig. Ik heb zelfs contact gezocht met het Al Capone museum in Chicago/Amerika maar ook daar werd ik niets wijzer van, waarschijnlijk omdat het bestaan van het schip  in Amerika zeer goed geheim is gehouden door Al Capone en alles natuurlijk niet volgens de regels werd afgehandeld.  Het heeft mij ruim 2 jaar werk gekost om dit alles  te onderzoeken en het bestaan van deze schoener uit de familieverhalen duidelijk te kunnen bewijzen. Ik heb dit met plezier gedaan, vooral omdat ik dit verhaal dat alleen bekend was bij enkelen in mijn familie en ik nog de enige ben die alles weet, graag wilde bewaren voor ons nageslacht.

 

De “Delfzijl” is dus op zijn eerste grote reis niet gezonken tijdens de kaping, zoals mijn familie vermoede, maar is na lang zoeken in de jaarboeken van de Germanische Lloyd van 1932 terug te vinden als de “Georgene” varend onder Amerikaanse vlag. De eigenaar was toen J.W. Worker uit Los Angeles. In 1930 is een nieuwe motor ingebouwd van  150 pk. Door New Jersey Standard Motor Construction Co. Ik heb nog niet kunnen ontdekken of  de schoener nu nog in de vaart is. Er is een Georgene gezonken tijdens dichte mist, maar volgens mij had de schoener toen al een andere naam. Het is heel moeilijk om aan gegevens te komen over de schoener zelf, maar ik blijf zoeken. Wie bij toeval iets mocht vinden over de “Przemyśl”  of onder de andere namen geef het s.v.p. naar mij door via het gasten boek.

 

  

Ik dank het onderzoekcentrum van het scheepvaartmuseum in Delfzijl en Groningen voor hun hulp en advies bij het zoeken naar gegevens. En mijn zoon Ronald die mij enkele dagen heeft geholpen bij het zoeken in de archieven toen ik het even niet meer zag zitten en de moed had verloren om door te gaan met het zoeken. En vooral ................... die mij hebben geholpen bij de Engelse vertaling van deze site.  

 

© H.M.J. Wortelboer - Oldekerk  Nederland.

 (niets mag zonder mijn toestemming worden overgenomen/bekend gemaakt, en mag

 dan alleen met vermelding van de bron/site en de naam van de schrijver - onderzoeker

worden gebruikt.)